De Flodder
De Flodder (ook wel Flodderduivel) is een kwelgeest uit de Nederlandse folklore, voornamelijk die van West-Brabant. Het wezen is verwant aan de Kludde uit Vlaanderen, de Ossaart uit Zeeland en de Stoep uit Gelderland. Het houdt zich op in sloten, plassen en langs dijken. Het loert vanuit het water langs de kant op nachtelijke wandelaars, bespringt hun op de rug en laat zich vervolgens als een loodzware last meedragen. Zodra het slachtoffer de bewoonde wereld bereikt, verdwijnt de demon plots weer. De naam dankt het aan het geluid wat het voortbrengt wanneer het uit het water verschijnt.
De flodder kwam ook op Goeree-Overflakkee voor. In 1937 schreef J.A. Jacobs uit Achthuizen op een volkskundevragenlijst van het Meertens Instituut het volgende;
“Flodderduûvel, dit was een soort monster, dat ‘s avonds uit het water kwam, en alleen zijnde personen van achteren besprong, op hun rug ging hangen en zich aldus liet dragen of meeslepen. Keek de persoon in kwestie om tijdens die karwei, dan likte de flodderduûvel hem in het gezicht.”

De flodder en een slachtoffer